Fotograferen
De letterlijke vertaling van het woord fotograferen is lichtschrijven.

U kunt deze pagina geheel van boven tot beneden lezen, (ik heb er mijn best op gedaan) maar voor een snellere navigatie kunt u hieronder een keuze maken.

snelmenu

Historie

Ontdekking van de fotografie

 Objectief ontwikkeling

 Sluiters en sluitertijden

 Toekomst



Historie

In het begin van de 19e eeuw vond er op het gebied van de diverse natuurkundige inzichten een ware revolutie plaats. Niet alleen bleken er namelijk verschijnselen te zijn die aan de hand van wetten en regels te verklaren waren, maar door logisch redeneren en toepassen van de gevonden of afgeleide "wetmatigheid" bleek dat diverse natuurkundige verschijnselen op te roepen of zelfs te beinvloeden waren!
Let op, in die tijd behoorde veel takken van wetenschap nog tot de "natuurkunde" want de opzet was toen nog dat deze tak van wetenschap de in de natuur voorkomende fenomenen zou verklaren. Intussen weten we dat veel van die gevonden "verklaringen" slaan op, nu genaamde, chemische processen.

Overigens moeten we ons niet voorstellen dat de wetenschap toen al voorbehouden was aan mensen die na een gedegen scholing in witte jassen in laboratoria werkten. Veel "wetenschap" werd in die tijd bedreven door fanatici die, vaak geleid door een hint of voorgevoel, op zoek waren naar bepaalde oplossingen voor, vaak alleen nog maar door henzelf, waargenomen "problemen".
De verworven inzichten en ontdekte natuurkundige wetten werden niet, op de eerste plaats, aangewend tot verrijking van de ontdekker, maar dienden meestal een algemeen doel. Het verwerven van de kennis en soms het verbinden van de naam met de ontdekking golden als doel.

Klassiek intermezzo

Vanuit de kunsten was er vanouds de behoefte om de werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen in de diverse uitingsvormen. In de loop van de tijd zijn er diverse hulpmiddelen ontwikkeld die de schilder of etser in staat stelden om een beeld van de werkelijkheid op te wekken waardoor zij deze werkelijkheid in hun tweedimensionale weergave zoveel mogelijk konden benaderen.
Een reeds door Leonardo da Vinci gebruikt, maar niet aan hem toe te schrijven, hulpmiddel was de Camera Obscura.
Het was in de tijd van de oude Grieken namelijk al een bekend gegeven dat er in een verduisterde kamer, door een klein gaatje in de luiken van het naar een verlichte omgeving gekeerde venster, een beeld van de buitenwereld opgeworpen werd op de tegenovergelegen muur. (de duistere kamer)
In de loop van de tijd is deze camera obscura regelmatig gebruikt en verbeterd om een beeld op te werpen van het weer te geven onderwerp.

Nadat het weergeven van de werkelijke "natuur" eenvoudiger werd, ontstond in de schilderkunst enerzijds de drang naar iets nieuws zoals bijvoorbeeld abstractie, maar anderzijds bestond er ook de drang om diezelfde werkelijheid nog dichter te benaderen.
Veel schilders schroomden er in de tijd van de voortschrijdende techniese mogelijkheden dan ook niet voor om de werkelijkheid weer te geven zoals zij die "zagen".
Hierdoor ontstonden er, mede onder invloed van de wetenschappelijke ontwikkelingen en het gebrek aan techniese vaardigheden bij de schilder een gelijke realiteit op het doek te krijgen, stromingen zoals het impressionisme en het expressionisme.

Tegelijkertijd werden deze verworven wetenschappelijke mogelijkheden zo veel mogelijk uitgebuit om op andere manieren de werkelijkheid zo realisties mogelijk weer te geven.
Het is, eerlijk gezegd, een beetje schimmig welke ontwikkeling nu welke stroming heeft beinvloed, maar de ontdekking dat er langs chemiese weg een beeld op te roepen was dat overeen kwam met de realiteit heeft een en ander zeker in een stroomversnelling gebracht.

Terug naar boven

± 1840

Ook in Frankrijk waren er diverse, meestal welgestelde, personen op zoek naar oplossingen voor "problemen" die hen bezighielden. Laten we niet vergeten dat er toen weliswaar nog niet zoiets als internet was, maar dat geinteresseerde mensen zich heel goed op de hoogte konden stellen van de "vorderingen" die er op wetenschappelijk nivo werden behaald.
In zeker opzicht ging de tijd toen trouwens niet zo snel als tegenwoordig en had eigenlijk iedereen de tijd om, toen zeer modieus, de diverse wetenschappelijke tijdschriften uit te pluizen.

Zo was Daguerre in staat om op een spiegelglad gepolijste zilveren plaat die hij met jodiumdamp gevoelig had gemaakt voor licht invloeden (het lichtgevoelig materiaal was dus zilverjodide), na belichting in een intussen met lensjes verbeterde camera obscura, een nog latent beeld vast te leggen. Hij stelde de aldus belichte plaat ter "ontwikkeling" bloot aan kwikdampen om het nog latente beeld zichtbaar te maken.
Later gebruikte hij voor het sensibiliseren van deze zilverplaten ook wel chloor of broomdamp. (resultaat zilverchloride en zilverbromide)
Het beeld dat hij vast wist te leggen bleek na verloop van tijd echter te verdwijnen, zodat hij tot de konklusie kwam dat hij het niet belichte deel van zijn materiaal moest verwijderen van de zilverplaten. In eerste instantie waste hij dit weg met gewoon zout, maat later bleken goudbevattende zouten beter te werken.
Bovenstaande bewerkingen vonden vrijwel allemaal in het donker plaats en de gebruikte chemiese stoffen waren zeer giftig, dus U kunt zich voorstellen dat de pioniertijd van de fotografie niet "gezond" was.

Deze eerste foto's, de Daguerrotype platen, waren dus glimmende zilveren schijfjes waar onder invloed van het opvallende licht een negatief beeld op te zien was. Door belichting van opzij kon er op een wit oppervlak een zwart/wit beeld gereflecteerd worden.
Hoewel Daguerre dus als de uitvinder van de fotografie geldt, zijn zijn platen nog lang niet te vergelijken met de foto's die we nu allemaal kunnen maken.

Groot voordeel van zijn ontdekking was echter dat er nu een richting aan het de ontwikkelingen gegeven was. Er kon nu gerichter gezocht worden naar het vastleggen van een juister en beter beeld van de werkelijkheid.


Kleine stappen

Door de drager van het lichtgevoelige materiaal te veranderen in glasplaten en later ook film, werd een stap gezet naar een eenvoudiger fabricage proces. De fotografie was in het begin nog tamelijk exclusief en daardoor voorbehouden aan een enkeling die het geld ervoor over had, de inspanningen wilde plegen en daarnaast ook de risico's wilde lopen.

Ik heb hierboven al eens geschreven dat er in de tweede helft van de 19e eeuw andere normen golden dan tegenwoordig. In die tijd werden techniese en wetenschappelijke ontwikkelingen, die toen ook vrijwel gelijk opgingen, gedeeld.
Alle vorderingen konden daardoor gedeeld worden en ook de fotografie heeft van deze openheid mee kunnen genieten. In betrekkelijk korte tijd waren steeds meer mensen in staat om van de nieuwste ontwikkelingen gebruik te maken. We moeten ons hierbij trouwens wel voorstellen dat een beetje enthousiaste knutselaar er toen zijn hand niet voor omdraaide om een lensje te slijpen of een sluitertje te construeren. ;-)

Terug naar boven

Ontwikkeling van objectieven

Intussen werd er links en rechts dus flink geexperimenteerd met de nieuwe mogelijkheden om beelden vast te leggen. Ik heb al geprobeerd duidelijk te maken dat een en ander er tamelijk willekeurig aan toe ging en dat er nog geen sprake was enige normalisering. Men knoeide nog flink met beeldformaten en de mogelijkheden van de fotoapparatuur.
Alleen het procédé was voor iedereen zo'n beetje hetzelfde.

In Engeland, Duitsland, de VS. en Frankrijk ontstonden al snel een aantal "fabrikanten" die het mirakel van de fotografie voor het grote publiek toegankelijk wilden maken. Dit bracht met zich mee dat er, in ieder geval binnen de gevoerde merken, een standaardisering plaats moest vinden. Let op, onderling werkten die fabrikanten natuurlijk niet samen!
Intussen ontstond er in het veld een vraag naar uitwisselbaarheid. Het was vanzelfspekend zo dat iedere fabrikant zijn specialiteit had. De fanatieke fotograaf wilde het beste en zocht ernaar om de topproducten van iedere afzonderlijke fabrikant te gebruiken. Er ontstond dus een vraag naar het kunnen maken van combinaties.

In de praktijk bleek al snel dat het beeldformaat van zo'n 10 bij 15 centimeter erg handig was en dit formaat werd daarom door de fabrikanten na verloop van tijd de eerste standaard. Deze maatvoering was daarnaast makkelijk om te rekenen naar de inch die bij de Engelsen in gebruik was.
We hebben het hier over de tijd waarin er kontaktjes gemaakt werden en dit formaat bleek zowel als "negatief" als als afdruk heel goed hanteerbaar. Verder kwam de beeld verhouding van 2x3 aardig overeen met de verhouding die in de schilderkunst en bij drukwerken gewoon was.

Om de beeldhoek van het oog op deze standaard afgebeeld te krijgen bleken er lensjes met een brandpunt van ongeveer twaalf en een halve centimeter noodzakelijk te zijn. De lenzenfabrikant legde zich er dus op toe om objectieven van deze optiese lengte te vervaardigen. Deze objectiefjes werden toen of als indraai frontlens- en achterlensunit uitgebracht, of werden als complete unit geleverd en dan zocht de camera bouwer maar uit hoe die het toepaste.

Het ideale objectief bestaat uit een enkele lens! Iedere overgang van het ene medium naar het andere die het licht immers moet doormaken levert afwijkingen op in de samenstelleing. Maar probeer maar eens een lens te slijpen die aan alle kwaliteitseisen voldoet qua lichtdoorlaatbaarheid en beeld vorming. :-)
U begrijpt dat dit in feite onmogelijk is en dat er dus al gauw een samenstelling van lenzen noodzakelijk bleek. Die andere lensjes in dat lenzenstelsel dienden dan voor correcties in de beeldvorming en lichtversterking.


Diafragma

Nu de ontwikkelingen het mogelijk maakten om steeds meer licht door een objectief te laten vallen en dit beeld ook steeds scherper af te kunnen beelden, bleek al snel dat het doorgelaten licht onder sommige omstandigheden!
De mogelijkheid om het licht tegen te houden of te temperen werd dus noodzakelijk.
De oplossing was om het licht te filteren door een neutraal grijs filter. Dit filter houdt het totale licht, dus alle samenstellende kleuren, in gelijke mate tegen. Maar ja, hoeveel hoeveel licht moet er worden tegengehouden en bovenal is het nogal lastig om telkens een nieuw filter erbij te zetten of weer weg te moeten halen.
De oplossing was om een soort "lichtkraan" in het objectief in te bouwen. De eerste manier was om middenin het lenzenstelsel, zodat er geen invloed op het beeld uitgeoefend werd, een gat te maken zodat een deel van het licht maar werd doorgelaten. Door in een strook een aantal, in grootte oplopende, gaten te maken en deze strook door het objectiefhuis heen en weer te schuiven was er een variatie in de lichtdoorlaatbaarheid mogelijk.
Mechanies was dit nog niet de ideale oplossing. Niet lang hierna werd een variabele mogelijkheid gemaakt door met lamellen het gat instelbaar te maken. Dit kennen we nu als het diafragma.

Ik heb bij lenzen geprobeerd wat dieper op de andere ontwikkelingen in te gaan, dus ik verwijs U graag naar dat deel van deze site.
U vindt het in het menuutje fotografie in het linker kaderdeel.

Terug naar boven

Sluiters en sluitertijden

Bij het belichten van de oude glasplaten en eerste films was de tijd dat het lichtgevoelige materiaal aan het licht moest worden blootgesteld zo'n anderhalve a twee minuten. U begrijpt dat een seconde meer of minder er dan niet zo vreselijk veel toe deed. Toen de fabrikanten echter in staat waren om steeds gevoeliger materiaal op de markt te brengen en er intussen ook steeds lichtsterkere objectieven toegepast konden worden, namen de belichtingstijden sterk af.
Dit maakte dat de belichtingstijd ook exacter moest kunnen worden ingesteld. Deze belichtingstijd nam immers zomaar af tot wel drie tot vier seconden!

Het zal U intussen duidelijk zijn geworden dat in die tijd de ontwikkelingen tamelijk snel gingen en de belichtingstijden liepen danook snel terug. Dit maakte het onmogelijk om nog te kunnen volstaan met het simpelweg langer of korter afdekken van de lens.
Er werden dus sluiters ontwikkeld die gedurende de, voor de belichting benodigde, belichtingtijd open konden. Let op, de mogelijkheid om maar wat aan te "rommelen" werd vanzelfsprekend ook steeds kleiner.

Om de invloed van de sluiter op de opname zo klein mogelijk te maken moest er naar een ideale plaats voor deze sluiter gezicht worden. Immers het van de lens afnemen en weer terugdoen van een afdekkapje maakte de belichting niet gelijkmatig. Dit is vanzelfsprekend wel een vereiste!
In feite blijken er twee plaatsen mogelijk, ten eerste binnenin het lenzenstelsel ter hoogte van het diafragma en ten tweede vlak voor de te belichten film.

Terug naar boven

Toekomst

De toepassing van optiese technieken wordt op dit moment begrensd door het scheidende vermogen van de toegepaste lenzen. In de industrie zijn daardoor de grenzen zo'n beetje bereikt of in ieder geval in zicht.

Wat ons in de fotografie nog te wachten staat is momenteel niet geheel zeker. De introductie van de digitale technieken ligt alweer een tijdje achter ons, maar op dat gebied kunnen we zeker nog een aantal ontwikkelingen verwachten.
Een anekdote: op de Photokina in Keulen van 1982 werd, schoorvoetend, de digitale fotografie geintroduceerd. Op diverse stands werden er demontraties gegeven met de "mogelijkheden" van deze techniek. Bij een grote fabrikant werd er zelfs al gesproken van het einde van het chemiese procédé.
Grappig was het om te zien hoe op die stand (Canon) een Japanse ingenieur op een computerscherm een digitale foto "bewerkte". Voozichtig "tekende" hij met een electroniese kwast wat in de foto en vooral verrukt was hij met de pipet-functie, waarmee hij kleurmonsters uit het origineel kon gebruiken.
U en ik hebben op onze thuiscomputers momenteel krachtiger en snellere (gratis) soft-ware dan bij die demonstratie gebruikt werd. Intussen zijn de ontwikkelingen in het chemiese procédé ook al niet tot stilstand gekomen.
Gezien de ontwikkelingen in de fotografie van de laatste tien jaar, kunnen we voorlopig uitzien naar een verdere perfektie van de apparatuur. Deze zal zeker nog compacter, gunstiger geprijsd en handelbaarder worden. Hoewel de functionaliteit z'n eindpunt intussen bereikt, zullen de fabrikanten beslist nog meer kunnen automatiseren.

Als het scheidend vermogen van de digitale chip (het aantal beeldpunten) zich kan gaan vergelijken met de chemiese fotografie, komt het moment waarop we een echte keuze kunnen maken. De opslag capaciteit en digitale verwerking zijn intussen zo ver verbeterd dat ze een betrouwbaar alterantief zijn gaan vormen voor "opslag op film".
Daarnaast zien we in de fotografie dat de fabrikanten van computers en elektronica een steeds dominatere plaats in nemen. Zelfs dat deze de oorspronkelijke camera merken overnemen en zich de techniek toe eigenen.
Neem daarbij dat tegenwoordig ook bij huis, tuin en keukengebruik een "krachtige" computer gewoon is geworden en de "bezwaren" die eerst opgeld deden bij de marktverovering van digitaal blijken steeds kleiner te worden.
Aan het aangeven van een toekomstige grens wil ik me dus niet wagen, maar dat we met z'n allen naar een andere manier van beeldverwerking en -opwekking aan overgaan zijn lijkt me duidelijk.

Terug naar boven

Met deze pagina hoop ik U een beeld gegeven te hebben van de vele aspecten die (zijn) komen kijken bij de (ontwikkelingen in de) fotografie.
Ik wilde hier niet ingaan op de vele vlakken van techniek waarop fotografiese technieken toegepast worden (denk hierbij aan het maken van electronica, chips en bijvoorbeeld CD of DVD) want dat zou het verhaal alleen maar eindeloos lang hebben gemaakt.

Terug naar het begin of Kontakt maken via e-mail