Body
Zoals we gezien hebben, heeft de body van een (spiegelreflex) camera een aantal onderdelen die we hieronder nader zullen bekijken.

Filmcompartiment

Dit deel van de camera moet goed lichtdicht afgesloten blijven, maar er moet daarnaast ook gemakkelijk toegankelijk zijn om de film te kunnen wisselen. Als er een nieuwe film ingelegd wordt moet de gevoeligheid van deze film ingesteld worden op de beichtingsmeter en is het wel zo handig om te onthouden hoeveel opnamen er mogelijk zijn. Tegenwoordig hebben de meeste camera's DX, zodat deze dingen automaties goed ingesteld worden.
Er is de laatste jaren nogal wat informatie op de filmcassette terecht gekomen die we niet willen missen. Daarom heeft een moderne camera een klein venstertje in de achterwand waardoorheen we deze informatie kunnen raadplegen.

Sluiter

Het filmcompartiment is weliswaar afgesloten van de buitenwereld, maar staat toch naar het objectief toe open via het belichtingvenster.
Dit deel wordt afgesloten door de sluiter. Met de sluiter zijn we in staat om de film voor een bepaalde tijd aan het licht bloot te stellen en zodanig te belichten. Over het belang van de sluiter en de samenhang van de tijden en de belichting kunt U op pagina die hierover gaat op deze site lezen.
We ondersheiden twee typen sluiters, de centraal sluiter en de spleetsluiter. Bij spiegelreflexcamera's gaan we vrijwel altijd uit van een spleetsluiter. We hebben de keuze uit een vertikaal of horizontaal door het film belichtingsvenster lopende sluiter.

In feite wordt de sluiter gevormd door twee snel achter elkaar aan bewegende afsluiters. We noemen dit, gebaseerd op oude modellen camera's de sluitergordijnen. 
Deze twee gordijnen lopen met gelijke snelheid voor de film langs en doordat er tussen het eerste en tweede gordijn een spleet wordt opengelaten, wordt de film belicht. Hoe breder de spleet, dus hoe langer het tweede gordijn wordt tegengehouden, hoe langer de uiteindelijk belichtingstijd van het lichtgevoelige materiaal.
Dit soort sluiter wordt daarom ook wel eens een spleetsluiter genoemd. De kortst mogelijke belichtingstijd wordt uitgemaakt door de snelheid waarmee die twee gordijnen zich kunnen bewegen. Vroeger waren deze sluiters gemaakt van lichtdichtgemaakt doek, vandaar de aanduiding gordijn, maar tegenwoordig bestaan ze uit een aantal metalen lamelletjes die de beweging van een gordijn nabootsen. Door de toepassing van deze vernieuwing was het mogelijk de belichting vertikaal (dus een kortere weg 24mm.) uit te voeren en dus hogere snelheden toe te passen.
Bij de oude gordijnsluiters was, zelfs na vervanging van het oorspronkelijke doek door titaniumvelletjes, de maximale snelheid met 1/2000sec. reeds bereikt.

De spleetsluiter loopt vlak voor de film langs en biedt een exakte belichting over het hele filmvalk. Mede omdat de startvertraging en het remmen net buiten het belichtingsvenster plaatsvinden.


Filmtransport

Een ander niet onbelangrijk deel van de body wordt gevormd door het transport.
U wilt immers niet na iedere opname de donkere kamer in om U camera opnieuw gereed te maken voor de volgende opname! Dat was ruim honderd jaar geleden misschien leuk, maar tegenwoordig gebruiken we liever rolfilm bij het fotograferen. Het voordeel van dit materiaal is dat je het, U snapt het al, kunt oprollen.
Omdat het mechanisme dat voor het op- en afrollen van de film berekend moet zijn op verschillende krachten, brengt dit met zich mee dat het gewicht van de camera hierdoor toeneemt. De fabrikant dient bij het ontwerp immers rekening te houden met fotografen van allerlei postuur!
Om het gewicht van de camera te kunnen beperken wordt er tegenwoordig veelal op motortransport overgeschakeld. Weliswaar weegt zo'n motortje ook weer wat, maar de fabrikant hoeft nu als zwakste schakel alleen maar rekening te houden met de maximale kracht van het toegepaste motortje. Hij kan door alle verdere (kunststof) tandwielen net iets sterker te houden voorkomen dat er op een willekeurige plaats een storing op kan treden. De camera wordt door toepassing van kunststof tandwielen overigens niet alleen lichter, maar ook een stuk stiller en eenvoudiger.
Dat maakt, naast de konstruktie, ook het werk voor mij en mijn collega's een stuk makkelijker.


Zoeker

Het tweede deel van de body dat erg belangrijk voor ons is, is het beeldkontrole deel. We noemen dit deel meestal de zoeker.
Dit deel van de body bestaat uit het spiegelhuis, matglas, prisma en oculair. Met dit gedeelte zijn wij in staat om door het objectief naar het te fotograferen onderwerp te kijken en zodoende te zien wat we gaan fotograferen. We kunnen nu zowel de scherpte als de compositie van de opname instellen.
Hierna kunnen we het juiste moment kiezen voor de opname.
Dit deel van de body zorgt voor het onmiskenbare geluid van de spiegelreflex camera omdat de spiegel het bij het maken van de foto weg moet klappen teneinde het bleichtingsvenster vrij te maken. Het zit immers tussen de achterkant van het objectief en dit venster in en zou het licht belemmeren in de doorgang.

Omdat het wel zo makkelijk is om te weten wat er nog meer nodig is voor een goede foto, worden de diverse instellingen en meetgegevens ook nog ingespiegeld in dit deel van onze camera.

Dat brengt ons gelijk op een deel van de body dat de laatste jaren een steeds grotere rol is gaan spelen.
In de camerabody blijkt namelijk nog voor veel meer plaats te zijn dan wat ik hierboven reeds als elementaire delen heb beschreven.
In de loop van de jaren, toen steeds meer mensen gingen fotograferen, bleek er steeds meer vraag te ontstaan naar een stabiel en voorspelbaar resultaat en dus naar meer kontrole over de eigenlijk opname.
Het op de juiste manier belichten van een film blijkt in de praktijk namelijk niet eenvoudig te zijn. We willen daarom niet alleen meer instelmogelijkheden zoals tijden en diafragmawaarden in onze camera's ingebouwd zien, maar we willen ook op de juiste mnier over al die functionaliteit kunnen beschikken.
Zo deed in de 60er jaren de ingebouwde belichting meter zijn intrede. Deze meter kon daarna via een diafragmasimulator de mogelijkheid bieden om met geopend diafragma te meten en het werd daarna mogelijk, en ook de gewoonte, om een belichting automaat in te bouwen.
In de loop van de tijd bleek het mogelijk om steeds meer, min of meer, belangrijke functies en verfijnde technieken zoals deel-, veld- en spotmeting in te bouwen in de bodies.
Er zijn tegenwoordig zelfs camera's waarbij je je langzamerhand kunt gaan afvragen of het nu om het inbouwen van functies gaat, of om het maken van goede foto's. (zo nog een frustratie van me afgeschreven)


Terug naar spiegelreflex pagina